Een bindend referendum: meer dan tweehonderd jaar geleden

21-04-18 11_15 Office Lens
De Nationale Vergadering komt in Den Haag bijeen (1796)

Dit keer geen foto’s van mooie reizen op mijn blog, maar een verhaal over een bindend referendum, dat meer dan twee honderd jaar geleden in ons land heeft plaatsgevonden.

Nederland kende ooit een echt bindend referendum

De kranten staan de laatste weken vol over de voor- en nadelen van het houden van een referendum. Zoals zo vaak het geval is, wordt hierbij aan de geschiedenis van dit politiek instrument geen aandacht besteed. Toch kent het referendum in ons land een voorgeschiedenis, die tot teruggaat tot het einde van de 18e eeuw.

Het huidig raadgevend referendum zal naar verwachting binnenkort ter ziele zijn. Het heeft zelfs niet de tijd gekregen om volwassen te worden. Het volk mocht raad geven over het al dan niet in werking laten treden van wetten, maar in principe hoefden regering en parlement zich daar niets van aan te trekken. Veel politieke partijen zagen van de beginne af aan niets in dit verschijnsel. Immers eens in de vier jaar worden volksvertegenwoordigers gekozen, die bij verkeerd handelen bij een volgende verkiezing weggestemd kunnen worden. Hierbij was een tussentijds oordeel over onderdelen van de werkzaamheden van deze volksvertegenwoordigers niet alleen niet nodig, maar ook ongewenst. Het geval wil dat men bij de totstandkoming van de Nederlandse eenheidsstaat rond 1800 juist wel voor een dubbele controle door het volk op zijn vertegenwoordigers heeft gekozen. Er vinden eerst verkiezingen voor een volksvertegenwoordiging plaats, waarbij tegelijkertijd werd bepaald dat achteraf de resultaten van de wetgevende arbeid aan het volk ter goedkeuring moeten worden voorgelegd. Indien de stemgerechtigde burgers het niet eens zijn met de ontworpen wetgeving treedt deze niet in werking. Dit was een unieke wijze van burgerparticipatie, die echter slechts een maal in onze geschiedenis volledig effect heeft gehad. Daarna begint de toenmalige overheid de bemoeienis achteraf van het volk te lastig te vinden. Zo zal dit uiterst democratische experiment in het begin van de 19e eeuw ook weer snel van het toneel verdwijnen. Wat was het geval? Direct na de komst in 1795 van de Fransen in ons land en de daarmee gepaard gaande (tijdelijke) verdrijving van de Oranjes uit Nederland wordt door de revolutionaire Bataven besloten dat er een Nationale Vergadering met een voor die tijd ruim kiesrecht gekozen zal moeten worden met als hoofdtaak het ontwerpen binnen achttien maanden van een grondwet voor de zojuist gestichte Bataafse republiek. Als voorwaarde voor inwerkingtreding van deze grondwet wordt bepaald dat deze eerst ter goedkeuring aan de stemgerechtigde burgerij moest worden voorgelegd. Ondanks de politieke tegenstellingen in de Nationale Vergadering lukt het binnen de daarvoor gestelde tijd een ontwerpgrondwet in een referendum aan het volk voor te leggen. Maar de burgerij ziet deze grondwet niet zitten. Er spreken zich 27955 voor deze grondwet uit en 108761 tegen. Daarbij is er sprake van een opkomst van 34%. Dit is zeker geen gering percentage in een tijd, waarin men nog geheel niet gewend was aan verkiezingen en stemmingen over specifieke onderwerpen. Nu het volk zijn mening had gegeven, moest de volksvertegenwoordiging haar werk overdoen. Daartoe wordt een nieuwe Nationale Vergadering gekozen. Het proces om tot een grondwet te komen wil echter maar niet lukken. Over de vraag of er een gecentraliseerde of meer gedecentraliseerde eenheidsstaat moet komen, kan men het maar niet eens worden. Het leger krijgt genoeg van de kibbelden parlementariërs en pleegt begin 1798 een staatsgreep. Voorstanders van een meer gedecentraliseerde eenheidsstaat dienen het Binnenhof te verlaten. In de Nationale Vergadering staan de neuzen nu één kant op. Snel komt een ontwerpgrondwet tot stand. Maar hoe nu verder? Moet er een referendum gehouden worden met het risico dat het volk wederom ‘nee’ zou zeggen. Aangezien men het risico zo klein mogelijk wilde houden werden allereerst ‘verdachte personen’ van de kiezerslijsten geschrapt. Bovendien moesten kiezers, alvorens hun stem te mogen uitbrengen, in het openbaar verklaren dat zij behalve tegenstander van Oranje ook tegenstander van het federalisme (de gedecentraliseerde eenheidsstaat) zijn. Het laat zich raden dat in april 1798 bij dit referendum een grote meerderheid van de kiezers zich voor de voorliggend grondwet uitsprak. Van de 165520 opgekomen kiezers stemmen 153913 voor en 11597 tegen het ontwerp. Ondanks het feit dat door dit optreden iedere legitimiteit aan een volksraadpleging was ontnomen, wordt in deze eerste Nederlandse grondwet toch weer een bepaling opgenomen waarin achteraf aan het volk goedkeuring voor een grondwetswijziging gevraagd wordt. In 1801 legt de toenmalige regering onder druk van de Fransen wederom een nieuwe grondwet ter goedkeuring aan de stemgerechtigde kiezers voor. Wat men vreest gebeurt: tot grote schrik stemmen bij een opkomst van ruim 16,5% van de 416419 potentiele kiezers er niet meer dan 16771 voor het ontwerp, terwijl 52219 zich daartegen uitspreken. Een dergelijke uitslag kan men echter niet aan de Fransen verkopen. Vandaar dat men een list bedenkt. Officieel wordt bekend gemaakt dat de grondwet met grote meerderheid van stemmen is goedgekeurd. Immers van de 416419 kiezers hebben slechts 52219 een ‘nee’ laten horen. Nog een keer, namelijk in 1805, zal een grondwetsreferendum gehouden worden over weer een nieuwe grondwet. Het is te begrijpen dat de animo bij de kiezers om naar de stembus te gaan tot bijna het nulpunt gedaald was. Slechts 4% (14229) van de kiezers neemt nog de moeite om een stem uit te brengen. Hiervan spreken zich 136 uit tegen het ontwerp. Dit betekent de stille dood van een democratisch experiment dat zo mooi aan het eind van de 18e eeuw was gestart. Pas in de 20e eeuw gaan er stemmen op tot (her)invoering van een correctief referendum. Het voorstel van de voorzitter van de fractie van de vrijzinnig democraten in 1922 om een correctief referendum in te voeren met tegelijkertijd afschaffing van de eerste kamer vindt geen gehoor in de politiek. Toen was er ineens het kroonjuweel van D66. Dit kroonjuweel is onlangs met hulp van deze zelfde partij ten grave gedragen. Of er ooit nog een vervolg komt, ik waag het gezien onze geschiedenis en de huidige politieke verhoudingen in ons land te betwijfelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s